De Witte Man

Waar in mijn jonge dagen vooral ‘de vieze man’ de maatschappelijke gemoederen danig beroerde, later gelukkig geïdentificeerd door een zekere heer de Bie, is het recent vooral ‘de witte man’ die voor de nodige onrust in onze samenleving zorgt. Er is zelfs een boek over hem geschreven. Het zou allemaal zijn schuld zijn. Je begrijpt, ik was enorm nieuwsgierig, want ik had nog nooit een witte man gezien. Laat staan, dé witte man. “Zal hun opperhoofd wel zijn”, hoor ik mezelf nog denken.

Maar onlangs had ik geluk! Hij zat namelijk in een discussieprogramma op NPO 2 zo werd mij verteld. Een prachtige jongedame, lieve uitstraling overigens, mooie bruine kleur, zwart haar, studente sociologie, had haar buurman geïdentificeerd als ‘de witte man’?! Mijn ogen trilden, de camera zoomde op hem in, ik op ‘t puntje van mijn luie stoel…

Maar, lieve mensen, die man wás helemaal niet wit! Ik zou zeggen, meer beige met wat rozige  pigmentvlekken en zo, en wellicht her en der een wit vlekje, maar ook wel enkele bruine. Maar om ‘m nou wit te noemen? Nee, dan ben je toch echt wel kleurenblind. En hij kreeg de schuld van de slavernij, alle (?!) oorlogen en zélfs van de Spaanse inquisitie? Nou, zelfs een kind kon zien dat hij nog lang geen 500 jaar was!

 

Ik begreep er niets van, vroeger moest je toch minstens VWO hebben als je naar de universiteit wilde. Later bedacht ik me, zou ook kunnen, zou het dát dan zijn, was er wellicht iets mis met haar bril? Nou ja, in elk geval, wat ben ik blij dat ook ik die witte man niet ben! Pfff, je zal ‘m maar zijn! Krijg gewoon met ‘m te doen zeg. Mocht je hem toevallig ergens tegenkomen, zwaar zuchtend onder het C.C.S.S. (Collectieve Calvinistische Schuldgevoel Syndroom), bied ik gratis mijn diensten aan.

Goed, als je me nu wilt excuseren, nu gauw verder met m’n boek. Ik schrijf namelijk een boek over een bruine lesbische vrouw. Ik hoorde uit betrouwbare bron dat zij vermoedelijk verantwoordelijk is voor het uitsterven van de mensheid over enkele millennia, maar ik moet daar nog even op verder studeren. Ik slik natuurlijk niet alles zo maar voor zoete koek, wat denken ze wel niet?!

Maar, wie weet krijg ik ‘te hetter tijd’ toch wel gelijk. Pardon? Nee nee, ‘te zijner tijd’ is ook een vorm van discriminatie zo hoorde ik laatst. Pfff, maar eerst even naar de openbare WC. Chips, ik moet zo nodig, maar welke deur moet ik nou hebben?! Even snel denken, wat voor dag is het vandaag, oh ja, rokjesdag. Oh, dan zal het deze wel zijn… Waarom gilt iedereen nou zo?

 

Welnu, druk baasje als ik ben, verder met mijn research naar discriminatie. Er zou ook nog een Turk zijn (zie je wel, tóch weer een Turk), die volwassenen discrimineert! Even laakbaar als je het mij vraagt. Maar hij schijnt zich zelden te vertonen, durft ie alleen als de dagen korter worden. Tja, dat snap ik. Hij zou een baard hebben en vaak een rode muts dragen. Waarschuw je me even als je ‘m toevallig ziet?

Beste lezer, we doen al eeuwen niets anders, met het vingertje wijzen… heeft het iets opgelost? Is er werkelijk iets verandert? Het verleden kunnen we toch niet meer veranderen, de ander evenmin… Jezelf en de toekomst mogelijk nog wel! Moeten we vooral zó doorgaan, veel etiketjes blijven plakken. Vooral op ‘de ander’… en ons gevangen laten houden in het groepsdenken, ‘wij’ en ‘zij’. Verdeel en heers. Wie had dat ook al weer bedacht? Voor de meer intelligentere mensen onder ons die evenzeer als ik snakken naar meer broederschap en menselijkheid in deze wereld, vervolg ik:

 

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie wordt er nou eens slim in dit land?!

Ik heb er al drie gevonden:

1.     Slogan van een basisschool in mijn buurt:

  • Everyone equal
  • Everyone different
  • Everyone special

2.     Citaat Paul de Blot:  “Niemand wordt als terrorist geboren”.

3.     Citaat Barack Obama:   “No one is born hating another person because of the color of his skin or his background or his religion”.

 

Nu begrijp je vast, hierbij mijn appel aan een ieder om vóóral te discrimineren, naar hartelust! Van ’t zomer zei zo’n gast (en hij kon het weten, had er immers voor gestudeerd, psychiater of zo), dat het ontkennen dat je discrimineert, juist een kenmerk van discriminatie is…. Dús, doen, discrimineer!

Gymnasten onder ons weten dit al lang; we kunnen niet eens anders! ‘Discriminare’: ‘onderscheiden’. Dat kon je al als baby. Je voelde perfect het verschil tussen een vol buikje of een volle luier en wist ook heel goed hoe je dit kenbaar moest maken bij dat vertrouwde gezicht en die vertrouwde geur. En nog vóór je wist wat halitose betekende, en pas later leerde dat dat bij Tante Bep hoorde, rook je drommels goed dat zij niet je standaard verzorger was. En weer later nam je al die verschillen in kleur, spraak, voortbewegen enzovoorts ook bij anderen waar; “Hey, jij zit in een stoel met wielen”, “Hey, wat heb jij op je neus?” maar je hechtte daar geen waarde oordeel aan.

Als anderen node de intelligentie ontberen om die verschillen in uiterlijk, geloof, leeftijd, sekse of wat dan ook te vertalen in ‘minder of meer kans’, ‘über- of untermensch’, en alles wat daar aan ziekelijke denkbeelden tussen ligt, dan zegt dat iets over hun! Maar als jij het binnen laat komen en het je zo bezig houdt, wat zegt dat dan over jou? Zou Gandhi gelooft hebben dat hij minder was? Of Rosa Parks? Of Mandela?

 

Kortom, discriminatie is positief, een ieder is immers anders en even waardevol en bijzonder. Gelukkig maar, want alleen dan kunnen we van elkaar leren en iets voor elkaar betekenen! Enige vorm van discriminatie die juist niét positief is, is positieve discriminatie. Hiermee impliceer én versterk je ‘het mindere’ van welke (sub-) groep dan ook en bied je een schuilplaats voor ‘die ander’. Dat denk je tenminste. Maar het is een gevangenis! Je zit er niet in, maar hij zit in jou…

We zijn allemaal familie volgens paleontologen en gelijkwaardig. Zodra u dat inziet, vervalt in de regel heel snel de ‘w’.

Spiegeltje spiegeltje aan de wand, wie doet er nou eens aardig in dit land?

Heb jij het lef en de intelligentie (immers, het enige waar je macht over hebt ben jezelf…) naar jezelf te kijken i.p.v. ‘de ander’? Maar hoe je dat dan doet, jezelf discrimineren, onderscheiden?

Slimme vraag! Simpel antwoord! Maar nog even wachten, in het boek dat ik écht schrijf leg ik het je graag uit. Rond de jaarwisseling verschijnt ie, een boek waarin en waarmee ik ook mezelf flink discrimineer. Want, om maar eens met streekgenoot Finkers te spreken, waarom zou ik jou wél discrimineren en mezelf niet?!